ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7413
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kort geding over strafrechtelijke ontruiming gekraakte woning
In deze zaak stond de strafrechtelijke ontruiming van een gekraakte woning centraal. De gemeente Groningen was eigenaar van de woning en wilde deze laten slopen in het kader van een gebiedsontwikkeling. De bewoner, geïntimeerde, had de woning gekraakt en verzocht de voorzieningenrechter om ontruiming te verbieden totdat een individuele belangenafweging was gemaakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het woonrecht van de kraker zwaarder woog dan het belang van de Staat bij ontruiming, mede omdat de sloopplannen waren uitgesteld en de nadelige gevolgen voor de eigenaar niet aannemelijk waren gemaakt. De Staat ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat het verblijf van de kraker wederrechtelijk was en dat de Staat voldoende aannemelijk had gemaakt dat de sloop binnen afzienbare tijd zou plaatsvinden en dat de sloop deel uitmaakt van de gebiedsontwikkeling. Het hof verwierp de bezwaren van de kraker tegen de ontruimingsbevoegdheid en oordeelde dat de belangenafweging in dit concrete geval de ontruiming rechtvaardigt.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde de kraker in de proceskosten. Hiermee werd de strafrechtelijke ontruiming toegestaan, waarbij de belangen van de openbare orde en het eigendomsrecht van de Staat zwaarder wegen dan het woonrecht van de kraker.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en staat de strafrechtelijke ontruiming van de gekraakte woning toe.