ECLI:NL:GHLEE:2012:BY2446
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging omgevingsverbod na veroordeling verkrachting ondanks hoger beroep
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellant tegen een kortgedingvonnis waarin hem een omgevingsverbod is opgelegd op vordering van geïntimeerde. De voorzieningenrechter had appellant verboden om zich binnen een bepaalde kring rond de woonplaats van geïntimeerde te begeven, onder verbeurte van dwangsommen.
Appellant voerde meerdere grieven aan, waaronder nietigheid van de dagvaarding, gebrek aan spoedeisend belang, en betwisting van de feiten waarop het verbod is gebaseerd. Het hof verwierp deze grieven, onder meer omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij door de dagvaarding in zijn belangen was geschaad, en omdat het spoedeisend belang van geïntimeerde niet werd betwist door concrete feiten.
Het hof baseerde zich op de strafrechtelijke veroordeling van appellant tot 36 maanden gevangenisstraf wegens verkrachting van geïntimeerde, die nog in cassatie is. Dit maakte het aannemelijk dat appellant zich schuldig had gemaakt aan de feiten. De belangenafweging wees uit dat het belang van geïntimeerde bij bescherming zwaarder woog dan het belang van appellant, die geen relevant tegenbelang aanvoerde.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. De opgelegde dwangsommen werden passend geacht gezien de ernst van de feiten en de draagkracht van appellant.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het omgevingsverbod en veroordeelt appellant in de proceskosten.