ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1616
Gerechtshof Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Opheffing bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarde wegens strijd met artikel 14e Sr
De verdachte is door de rechtbank Groningen veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan een deel voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder onthouding van verdovende middelen en behandeling in een instelling. De rechtbank had de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaard. Het hof beoordeelde of dit bevel in overeenstemming was met artikel 14e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat vereist dat de veroordeelde eerder veroordeeld moet zijn voor een misdrijf gericht tegen de lichamelijke integriteit.
Uit de feiten blijkt dat de veroordeelde is veroordeeld voor diefstal door inbraak en niet voor een misdrijf tegen de onaantastbaarheid van het lichaam. Het hof oordeelde dat artikel 14e Sr strikt moet worden uitgelegd en dat de dadelijke uitvoerbaarheid alleen kan worden bevolen indien aan het gevaarscriterium wordt voldaan. De verdediging van ruime uitleg door de advocaat-generaal werd verworpen.
Het hof verwijst naar de wetsgeschiedenis waarin het uitzonderingskarakter van dadelijke uitvoerbaarheid wordt benadrukt en wijst op het verworpen amendement dat een ruimere toepassing zou toestaan. Gezien het ontbreken van een relevante veroordeling en het strikte criterium van artikel 14e Sr, heft het hof het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarde op.
Uitkomst: Het hof heft het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarde op wegens strijd met artikel 14e Sr.