ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1202
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake waardering bedrijfspand en aanslag inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden een vennootschap onder firma met een bedrijfspand dat in 2006 werd overgedragen aan een werknemer, met uitzondering van het pand zelf dat naar privévermogen werd overgebracht. De Inspecteur stelde de waarde van het pand hoger vast dan belanghebbende, wat leidde tot een hogere aanslag inkomstenbelasting 2006.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde de aanslag lager vast. Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur. Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de huur van het pand marktconform was en dat de waardering moest worden berekend via de huurwaardekapitalisatiemethode.
Het Hof oordeelde dat de door de Inspecteur gehanteerde kapitalisatiefactor van 9,75 juist was en dat de waarde van het bedrijfspand op stakingsdatum € 541.717 bedroeg. Hierdoor was de aanslag van de Inspecteur niet te hoog vastgesteld. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De heffingsrente werd eveneens bevestigd omdat belanghebbende geen zelfstandige gronden tegen de berekening had aangevoerd. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 23 oktober 2012 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2006 wordt bevestigd.