ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1157
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- R. Feunekes
- I.A. Vermeulen
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek DNA-test en erkenning biologische ouderschap bij adoptiekind
In deze zaak verzochten Indiase ouders het gerechtshof om vast te stellen dat een door Nederlandse ouders geadopteerde jongen hun biologische zoon is, onder meer door het uitvoeren van een DNA-test. De rechtbank had dit verzoek eerder afgewezen, mede omdat het kind niet wilde meewerken aan de test.
De ouders stelden dat zij een wettelijk belang hadden op grond van artikel 8 EVRM Pro en internationale kinderrechten om het biologische ouderschap vast te stellen. De adoptieouders en de Guardian ad litem benadrukten dat het kind niet gedwongen kan worden mee te werken en dat het belang van het kind prevaleert, gelet op zijn psychische gesteldheid en ontwikkelingsfase.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende objectief bewijs is dat het kind daadwerkelijk de biologische zoon van de appellanten is. Daarnaast ontbreekt een wettelijke basis om het biologische ouderschap vast te stellen of een DNA-test af te dwingen tegen de wil van het kind. Het belang van het kind en zijn recht op bescherming van zijn fysieke integriteit en familieleven prevaleren.
Het hof wees ook het verzoek af om een omgangs- of informatieregeling vast te stellen, mede omdat het kind bezwaar maakte tegen contact met de appellanten. Wel werd beslist dat de kosten van het psychologisch onderzoek door de Staat worden gedragen, en dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Deze uitspraak bevestigt dat het recht van het kind op bescherming en zelfbeschikking zwaarwegend is bij geschillen over biologische ouderschap en adoptie, en dat internationale verdragsbepalingen niet zonder meer leiden tot een verplichting tot DNA-onderzoek.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot DNA-test en vaststelling biologisch ouderschap af wegens het belang en de wil van het kind en het ontbreken van een wettelijke grondslag.