ECLI:NL:GHLEE:2012:BY0634
Gerechtshof Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsomveroordeling in omgangsregeling na hoger beroep
Partijen hadden een omgangsregeling vastgesteld waarbij de minderjarige kinderen om de veertien dagen een zondag bij de vader verbleven. De moeder was belast met het gezag en de vader had de kinderen erkend. De rechtbank had een dwangsom opgelegd aan de moeder voor het niet nakomen van de omgangsregeling, omdat zij zich weigerde neer te leggen bij het verblijf van de kinderen bij de vader thuis vanwege zorgen over de veiligheid.
De moeder stelde dat zij zich steeds aan de omgangsregeling had gehouden en dat de dwangsom de communicatie tussen partijen verslechterde en het belang van de kinderen schaadde. Het hof oordeelde dat de houding van de moeder aanvankelijk rechtvaardigde dat een dwangsom werd opgelegd, maar dat zij inmiddels had toegezegd mee te werken en dat de dwangsom daarom niet langer gerechtvaardigd was.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de dwangsom betrof vanaf de datum van het arrest en wees de vordering tot dwangsom af voor die periode. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de dwangsomveroordeling vanaf het arrest en wijst de vordering tot dwangsom af vanaf die datum.