ECLI:NL:GHLEE:2012:BX4191
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking machtiging gesloten jeugdzorg tot zes maanden wegens hoorplicht en relatieve bevoegdheid
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een minderjarige tegen de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten jeugdzorgvoorziening voor de duur van één jaar. De rechtbank Zwolle-Lelystad had deze verlenging op 3 mei 2012 toegekend, maar het hof stelt vast dat deze rechtbank relatief onbevoegd was omdat de voogdij over de minderjarige bij Bureau Jeugdzorg Groningen ligt, waardoor de rechtbank Groningen bevoegd was.
Voorts is vastgesteld dat de minderjarige niet is gehoord door de kinderrechter, terwijl artikel 29f lid 1 van de Wet op de Jeugdzorg dit vereist bij een dergelijke ingrijpende maatregel. De minderjarige was wel bereid en wenste zelfs gehoord te worden, maar door een organisatorisch gebrek is het vervoer naar de rechtbank niet geregeld. Dit vormt een schending van de hoorplicht.
Het hof oordeelt dat de verlenging van de machtiging voor de duur van een jaar niet passend is. De minderjarige heeft een belang bij een halfjaarlijkse rechterlijke toetsing om zijn behandeling en vooruitgang te kunnen volgen. Het hof bekrachtigt daarom de machtiging slechts voor de periode van zes maanden en vernietigt de verlenging voor de periode daarna.
Het hoger beroep leidt tot afwijzing van het verzoek tot verlenging vanaf 8 november 2012. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hof wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten jeugdzorg wordt bekrachtigd voor zes maanden en vernietigd voor de periode daarna wegens schending van de hoorplicht en onjuiste relatieve bevoegdheid.