ECLI:NL:GHLEE:2012:BX1283
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeging en tussenkomst wegens te late indiening in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen Varde Investments en [geïntimeerde] heeft de erfgenaam van de overleden echtgenote van [geïntimeerde] verzocht om als nabestaande en erfgenaam te mogen voegen en tussenkomen in de zaak. Dit verzoek werd gedaan nadat de laatste processtukken waren ingediend.
Het hof oordeelde dat de vordering tot voeging of tussenkomst op grond van artikel 218 Rv Pro tijdig moet worden ingesteld, namelijk vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie wordt genomen. De erfgenaam had dit verzoek pas ingediend nadat de memorie van antwoord van [geïntimeerde] was genomen, waardoor het verzoek te laat was.
Het hof verwierp het argument van de erfgenaam dat de gewijzigde eis van de overleden echtgenote in de appelprocedure als incidentele vordering kon worden aangemerkt. Ook vond het hof geen reden om af te wijken van de wettelijke termijn, aangezien er voldoende gelegenheid was om tijdig te verzoeken.
De vordering tot voeging en tussenkomst werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de erfgenaam werd veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar een volgende rolzitting voor verdere behandeling van producties door Varde.
Uitkomst: Verzoek tot voeging en tussenkomst van de erfgenaam wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.