ECLI:NL:GHLEE:2012:BX0980
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing executie uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis bij hoger beroep
In deze zaak gaat het om een geschil tussen voormalige echtgenoten over de toedeling van de voormalige echtelijke woning. De rechtbank had de woning aan de man toegewezen, onder de voorwaarde dat hij de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld ontslaat. De vrouw stelde hoger beroep in tegen deze beschikking en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad.
Het hof overwoog dat de executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in beginsel is toegestaan, ook als hoger beroep is ingesteld. Schorsing kan alleen worden toegewezen als er sprake is van een juridische of feitelijke misslag of als na de beschikking nieuwe feiten zijn ontstaan die schorsing rechtvaardigen. De vrouw voerde aan dat de rechtbank ten onrechte was uitgegaan van een taxatiewaarde van €260.000,- terwijl een onafhankelijke taxatie €230.000,- aangaf en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
Het hof oordeelde dat er geen juridische of feitelijke misslag was, omdat partijen in eerste aanleg voldoende gelegenheid hadden gehad hun standpunten te presenteren. Ook waren er geen nieuwe feiten die schorsing rechtvaardigden. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de man bij directe tenuitvoerlegging zwaarder woog dan het belang van de vrouw bij behoud van de bestaande toestand. De dwangsommen die de vrouw waren opgelegd werden passend geacht. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad af.