ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8466
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep en lastgeving bij gezamenlijke erfgenamen in V.O.F.-schuld
In deze civiele zaak vorderde een voormalig vennoot van een vennootschap onder firma (V.O.F.) betaling van een schuld van de V.O.F. van de gezamenlijke erfgenamen van een overleden vennoot. De rechtbank veroordeelde de gezamenlijke erfgenamen hoofdelijk tot betaling. Alleen één erfgenaam, appellante, stelde hoger beroep in, zonder uitdrukkelijk namens de gezamenlijke erven te handelen, doch met de mededeling dat zij als gezamenlijke erven beschouwd dient te worden.
Het hof oordeelde dat appellante zich op lastgeving beroept, maar dat deze lastgeving door geïntimeerde is weersproken. Op grond van bewijsregels moet appellante het bestaan van deze lastgeving bewijzen. Het hof draagt haar op dit bewijs te leveren, hetzij schriftelijk via aktewisseling, hetzij door getuigenverhoor. Indien de andere erfgenaam zich alsnog aansluit, vervalt de bewijsopdracht.
De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering, met een rolzitting gepland voor 3 juli 2012 voor het nemen van een akte of het opgeven van getuigenverhoordata. Alle overige beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep is slechts ontvankelijk indien appellante het bestaan van lastgeving namens de gezamenlijke erfgenamen bewijst; verdere beslissing wordt aangehouden.