ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8392
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- K.M. Makkinga
- R. Ch. Verschuur
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vorderingen inzake legitieme portie en inzagerecht in nalatenschap
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de kinderen van een overleden erflaatster over het recht op inzage en afschriften van financiële bescheiden van de nalatenschap, teneinde de omvang van hun legitieme portie vast te stellen. De erflaatster had bij testament haar dochter tot enig erfgenaam en executeur benoemd, met een bepaling dat de legitieme portie pas opeisbaar zou zijn na het overlijden van deze executeur.
Appellanten vorderden onder meer dat de executeur haar taak zou nakomen door alle relevante financiële documenten, waaronder bankafschriften, ter beschikking te stellen. De rechtbank wees deze vorderingen af, en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende concreet hadden gemaakt welke stukken zij op grond van artikel 4:78 BW Pro wensen in te zien of te ontvangen.
De grieven van appellanten, waaronder het betwisten van de procesbevoegdheid van één van hen, werden deels gegrond verklaard maar boden geen aanleiding tot toewijzing van de vorderingen. Gezien de familierelatie compenseert het hof de kosten van het hoger beroep, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellanten af.