ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8363
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging tot uithuisplaatsing en indicatiebesluiten in gezinszaak
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de machtiging tot uithuisplaatsing van hun drie kinderen, waarbij zij de redelijkheid van de overwegingen in de indicatiebesluiten van Bureau Jeugdzorg (BJZ) betwisten. Het hof verwijst naar eerdere beslissingen van de kinderrechter en constateert dat het hoger beroep zich uitsluitend richt op de machtiging tot uithuisplaatsing, niet op de ondertoezichtstelling.
Het hof stelt vast dat er ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen, waaronder vermoedens van seksueel misbruik, gedragsproblemen en pedagogische tekortkomingen van de ouders. Diverse professionele rapporten en getuigenissen bevestigen deze zorgen. De ouders ontkennen de problematiek en tonen zich onvoldoende open voor hulpverlening.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de ouders om de indicatiebesluiten te vernietigen niet-ontvankelijk is voor zover deze besluiten door het CIZ zijn genomen, omdat het hof deze niet kan toetsen. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt als noodzakelijk beoordeeld in het belang van de verzorging, opvoeding en het onderzoek naar de geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de kinderen.
De beschikking wordt bekrachtigd, met aanpassing dat de plaatsing van twee kinderen in een voorziening voor pleegzorg en één kind in een accommodatie van de zorgaanbieder plaatsvindt. Het hof benadrukt dat de ouders een coöperatieve houding dienen aan te nemen en zich open moeten stellen voor hulpverlening tijdens de uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en verklaart de ouders niet-ontvankelijk in hun beroep tegen de indicatiebesluiten van het CIZ.