ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7730
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens afwaardering geldleningen
Belanghebbende, een landbouwondernemer, had in 2002 geldleningen verstrekt aan een transportbedrijf waarin hij werkzaamheden verrichtte en materieel ter beschikking stelde. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003 op met correcties op de afwaardering van deze geldleningen en rentevergoeding.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag. De Inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in. Het geschil betrof of de Inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en of de afwaardering ten laste mocht komen van het belastbaar inkomen uit werk en woning.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur reeds bekend was met de relevante feiten door een brief van belanghebbende uit 2004, waardoor sprake was van ambtelijk verzuim en geen nieuw feit. De navorderingsaanslag werd bevestigd als onterecht en vernietigd. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd.