ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7562
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake teruggeleiding minderjarige op grond van het Haags kinderontvoeringsverdrag
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het verzoek tot teruggeleiding van zijn kind naar Groot-Brittannië had afgewezen. De moeder verblijft met het kind sinds juni 2011 in Nederland, nadat de vader hen daarheen had gebracht. De vader betwist dat hij onvoorwaardelijke toestemming heeft gegeven voor het definitieve verblijf van het kind in Nederland.
Het hof oordeelt dat de bewijslast rust op de moeder, die zich tegen teruggeleiding verzet, om te bewijzen dat de vader instemde met het definitieve verblijf. Dit bewijs is niet geleverd. Verschillende feiten, zoals het bezoek aan de basisschool en het goedkeuren van de woning, worden door het hof niet als voldoende bewijs van onvoorwaardelijke toestemming beschouwd.
De moeder bood getuigenbewijs aan, maar het hof achtte dit in het kader van de spoedeisende ordemaatregel niet relevant. Ook is geen sprake van een weigeringsgrond zoals ernstig risico voor het kind bij terugkeer. Het hof gelast daarom de terugkeer van het kind naar Groot-Brittannië binnen drie weken, met een termijn om afscheid te nemen van sociale contacten in Nederland.
Uitkomst: Het hof gelast de terugkeer van het kind naar Groot-Brittannië binnen drie weken en vernietigt de beschikking van de rechtbank.