ECLI:NL:GHLEE:2012:BW3258
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Lamens
- R.F.C. Spek
- E. Polak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling voordeel uit drugshandel en boete inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende, een musicus die in 2006 pianolessen gaf, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting naar aanleiding van een door de politie aangetroffen cannabiskwekerij in zijn woning. Hij was veroordeeld voor een misdrijf op grond van de Opiumwet. De Inspecteur schatte het voordeel uit de drugshandel op €13.784, terwijl belanghebbende stelde dat dit bedrag €7.228,80 moest zijn.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag en boete verminderd. Zowel belanghebbende als de Inspecteur stelden hoger beroep in. Het geschil betrof vooral de hoogte van het voordeel uit de drugshandel en de aftrek van kosten die verband houden met het misdrijf.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht de landelijke ervaringscijfers en verklaringen van belanghebbende had betrokken bij de schatting van het voordeel. De rechtbank had ten onrechte kosten in aftrek gebracht die volgens de wet niet in aftrek mogen worden gebracht bij misdrijf gerelateerde kosten. Het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur werd daarom gegrond verklaard, de boete werd vastgesteld op €1.000 en de navorderingsaanslag bevestigd.
Belanghebbende had geen zelfstandige gronden tegen de heffingsrente aangevoerd, zodat het beroep daarop ongegrond bleef. De uitspraak bevestigt de toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast bij het vaststellen van het voordeel uit de drugshandel.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur gegrond, de navorderingsaanslag bevestigd en de boete vastgesteld op €1.000.