ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0103
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor schennis van de eerbaarheid via webcam
Verdachte werd beschuldigd van het tonen van zijn ontblote geslachtsdeel aan een minderjarige via een live-webcamverbinding, wat zou neerkomen op een overtreding van artikel 240a Sr, schennis van de eerbaarheid, en poging daartoe. Het hof stelde vast dat de beelden via de webcam niet werden opgeslagen en dus niet kwalificeren als 'afbeelding, voorwerp en/of gegevensdrager' in de zin van artikel 240a Sr.
Daarnaast bleek uit de verklaringen dat het slachtoffer tijdig de verbinding had verbroken nadat verdachte had aangekondigd zijn geslachtsdeel te tonen, waardoor geen daadwerkelijke confrontatie plaatsvond. Hierdoor kon het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen.
Het hof oordeelde dat verdachte door vooraf toestemming te vragen het slachtoffer de reële mogelijkheid gaf zich aan de situatie te onttrekken. Dit ontbrak bij het bestanddeel 'haars ondanks' tegenwoordig zijn, waardoor ook het meer subsidiair ten laste gelegde niet bewezen kon worden.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De zaak werd opnieuw behandeld, waarbij het hof tot een andere bewijsbeslissing kwam en de verdachte niet schuldig achtte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor schennis van de eerbaarheid via webcam.