ECLI:NL:GHLEE:2012:BV6724
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling pand bij beëindiging terbeschikkingstelling
Belanghebbende en zijn echtgenote bezaten een pand dat zij verhuurden aan hun vennootschap, welke het pand gebruikte voor bedrijfsdoeleinden. Na beëindiging van de terbeschikkingstelling van het pand aan de BV op 1 april 2004 ontstond discussie over de waarde van het pand op die datum, die bepalend is voor de fiscale winstberekening.
Belanghebbende stelde dat de waarde € 300.000 bedroeg, gebaseerd op een taxatie van het pand als woonhuis, terwijl de Inspecteur een waarde van € 430.000 als kantoorpand aanhield. Het Hof overwoog dat het pand op de peildatum nog de bestemming bedrijfsdoeleinden had, de verbouwing tot woonhuis net was gestart en het pand tot kort voor die datum als kantoorpand werd gebruikt.
Het Hof vond de taxatie van de Inspecteur betrouwbaar en oordeelde dat de waarde in het economische verkeer het hoogste bedrag is dat bij verkoop als kantoorpand kan worden behaald. De door belanghebbende aangevoerde alternatieve referentiepanden en argumenten waren onvoldoende om de taxatie te verwerpen.
Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond, en de uitspraak van de Rechtbank vernietigd. Beide partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond.