ECLI:NL:GHLEE:2012:BV6433
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot inzage provisiegegevens in civiele samenwerkingsovereenkomst
In deze civiele zaak tussen partijen die een samenwerkingsovereenkomst hadden, vorderden appellanten inzage in provisiegegevens van geïntimeerde over de periode 1 april 2006 tot 1 april 2011. Deze gegevens waren nodig om hun vordering op de geïntimeerde nauwkeurig te kunnen berekenen, omdat volgens hen nog af te rekenen provisies openstonden.
Het gerechtshof overwoog dat op grond van artikel 843a Rv alleen inzage kan worden gevorderd indien er een rechtmatig belang is en de bescheiden zich bij de wederpartij bevinden. Geïntimeerde betwistte dat hij over de gevraagde provisiegegevens beschikt en stelde dat deze zich bij appellanten bevinden, die ook de boekhouding voerden.
Het hof concludeerde dat appellanten onvoldoende hebben gesteld dat zij een rechtmatig belang hebben bij inzage in deze gegevens, mede omdat de betwisting van geïntimeerde inhoudt dat geen afrekeningverplichting bestaat voor de betreffende dossiers. Ook is niet gesteld of gebleken dat de gevraagde bescheiden zich bij geïntimeerde bevinden. Daarom wees het hof de incidentele vordering af en verwees de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De incidentele vordering tot inzage in provisiegegevens wordt afgewezen wegens onvoldoende gesteld rechtmatig belang en onduidelijkheid over bezit van de bescheiden.