ECLI:NL:GHLEE:2012:BV3916
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over bewaargeving en vergoeding voor opslag van zaken
In deze zaak staat een geschil centraal over de teruggave van zaken die door NSCT in bewaargeving zijn gegeven aan geïntimeerde, en de vraag of NSCT een vergoeding voor de opslag moet betalen. NSCT vordert afgifte van de zaken, maar geïntimeerde weigert deze af te geven zolang het bewaarloon niet is betaald. De vorderingen tot afgifte en vergoeding zijn daarmee onlosmakelijk verbonden.
Tijdens een descente en comparitie is vastgesteld dat partijen het eens zijn over de aanwezigheid van de meeste zaken, behalve over een lasapparaat waarvan beide partijen eigenaar claimen. De opslag vond plaats vanaf 2004, met een zakelijk karakter, waarbij NSCT meerdere bedrijfszaken op het terrein van geïntimeerde heeft opgeslagen. Geïntimeerde heeft zich als bewaarnemer verbonden de zaken te bewaren en terug te geven, wat kwalificeert als bewaargeving volgens art. 7:600 BW Pro.
NSCT betwist dat zij bewaarloon verschuldigd is omdat dit niet is afgesproken, terwijl geïntimeerde stelt dat een redelijke vergoeding is overeengekomen. Het hof overweegt dat bij het ontbreken van een afspraak NSCT in beginsel toch bewaarloon verschuldigd is op grond van art. 7:601 BW Pro. Het hof acht een vergoeding van €100 per maand redelijk gezien de omvang van de opgeslagen zaken en het gebruik van tientallen vierkante meters grond.
De vordering tot betaling van dit bewaarloon wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente. Geïntimeerde mocht de afgifte opschorten zolang het bewaarloon niet is betaald en is niet aansprakelijk voor eventuele schade door uitgestelde afgifte. De zaak wordt verwezen naar de rol om partijen gelegenheid te geven te bepalen of zij willen doorprocederen. De overige grieven falen, behalve de grief over de omvang van het bewaarloon die slaagt.
Uitkomst: NSCT is bewaarloon van €100 per maand verschuldigd en afgifte van de zaken vindt plaats na betaling daarvan.