ECLI:NL:GHLEE:2012:BV2394
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- L. Groefsema
- M.C.D. Boon-Niks
- E.C. Smits
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging terugbrengplicht kind na wijziging hoofdverblijf na echtscheiding
Na de echtscheiding is het hoofdverblijf van de twee minderjarige kinderen bij de vader vastgesteld. De moeder bracht na een bezoekweekend één van de kinderen niet terug, met de mededeling dat het kind voortaan bij haar zou verblijven. De vader vorderde in kort geding dat de moeder het kind terugbrengt conform het ouderschapsplan en de beschikking van de rechtbank.
De voorzieningenrechter wees de vordering van de vader toe en bepaalde dat het kind uiterlijk op een bepaalde datum moest worden teruggebracht. De moeder stelde in hoger beroep meerdere grieven aan tegen dit vonnis, onder meer dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad te reageren en dat het belang van het kind bij haar verblijf lag.
Het hof oordeelde dat de moeder voldoende gelegenheid had gehad en dat het enkele feit dat het kind heimwee had en een brief had geschreven onvoldoende was om het vonnis te wijzigen. Het hof bekrachtigde het vonnis en stelde een nieuwe termijn vast waarbinnen het kind teruggebracht moest worden, met een paar extra dagen om gewenning mogelijk te maken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de moeder het kind uiterlijk 4 februari 2012 terugbrengt naar de vader en de schoolinschrijving ongedaan maakt.