ECLI:NL:GHLEE:2012:BV2127
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.H. Garos
- R. Feunekes
- H.J. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kinderbijdrage en draagkrachtberekening bij wijziging omstandigheden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad, waarin de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie kinderen werd vastgesteld op €205 per kind per maand vanaf 25 mei 2010. De man betwistte deze bijdrage en stelde onder meer zijn draagkracht en de behoefte van de jongmeerderjarige dochter ter discussie.
Het hof overwoog dat de onderhoudsplicht jegens de jongmeerderjarige dochter tot haar 21ste verjaardag geldt, ongeacht haar eigen inkomsten, maar dat op grond van redelijkheid en billijkheid rekening kan worden gehouden met die inkomsten. De dochter studeerde en had beperkte inkomsten, maar ging vanaf september 2011 fulltime werken, waardoor zij vanaf dat moment in haar eigen behoefte kan voorzien.
De draagkracht van de man werd berekend op een gemiddeld bedrijfsresultaat van €39.314, gecorrigeerd voor afschrijvingen op het bedrijfspand. De zakelijke lening werd buiten beschouwing gelaten bij woonlasten, en de woonlasten werden volledig meegenomen vanwege onvoldoende bewijs van voortgezette samenwoning. De vrouw had een draagkracht van €1.022 per maand, waarvan 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. Na draagkrachtvergelijking bleek het aandeel van de man in de behoefte van de kinderen niet kleiner dan het door de rechtbank vastgestelde bedrag.
Het hof concludeerde dat de gewijzigde omstandigheden een nieuwe beoordeling rechtvaardigen, maar dat de bestreden beschikking van de rechtbank in stand blijft. De bijdrage van de man wordt bevestigd op €205 per kind per maand, met ingang van 25 mei 2010, en de draagkrachtberekening wordt aangepast conform de door het hof gemaakte correcties.
Uitkomst: De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de man blijft een bijdrage van €205 per kind per maand verschuldigd vanaf 25 mei 2010.