ECLI:NL:GHLEE:2011:BV1387
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij schuldsaneringsregeling in hoger beroep
Appellanten, echtelieden woonachtig te een woonplaats, verzochten de rechtbank Groningen om een voorlopige voorziening te treffen die NV Waterbedrijf Groningen verbood de waterlevering aan hen te beëindigen. Dit verzoek was bedoeld om te gelden tot de uitspraak in hoger beroep over hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank wees het verzoek af omdat het onderliggende verzoek tot schuldsanering reeds bij vonnis was afgewezen. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep en vroegen het hof het vonnis te vernietigen en alsnog het verzoek te behandelen.
Het hof overwoog dat het verzoekschrift voor een voorlopige voorziening volgens artikel 287, vierde lid, Faillissementswet bij de rechtbank moet worden ingediend, maar in het geval van hoger beroep tegen afwijzing van het verzoek tot schuldsanering ook bij het hof kan worden ingediend. Het hof stelde dat de rechtbank bij beoordeling rekening moet houden met de kans van slagen van het hoger beroep.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat appellanten geen belang meer hadden bij de voorziening nu het verzoek tot schuldsanering ook in hoger beroep was afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.