ECLI:NL:GHLEE:2011:BU8284
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.C.D. Boon-Niks
- J.M. Rowel-van der Linde
- M.E.L. Fikkers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beschikking van de kantonrechter Groningen die de arbeidsovereenkomst tussen [appellante] en BMC Groep B.V. ontbond wegens bedrijfseconomische redenen. De ontbinding was gebaseerd op een sociaal plan dat criteria bevatte zoals leegloop, ontbreken van perspectief op opdrachten en het afspiegelingsprincipe.
[Appellante] betwistte de toepassing van het sociaal plan en voerde aan dat de kantonrechter fundamentele rechtsbeginselen, met name het hoor en wederhoor, had geschonden doordat BMC tijdens de mondelinge behandeling het ontbindingsverzoek had uitgebreid met het criterium 'ontbreken van perspectief'. Tevens stelde zij dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen zich tegen deze nieuwe grond te verweren.
Het hof oordeelde echter dat het hoger beroep ontvankelijk was, maar dat geen sprake was van schending van fundamentele rechtsbeginselen. De uitbreiding van het debat met het criterium perspectief was niet onverwacht voor [appellante], die dit zelf ook als verweer had ingebracht. Ook de late overlegging van stukken door BMC werd niet als onredelijk beschouwd, mede omdat daarop door [appellante] was gereageerd zonder ondubbelzinnig bezwaar.
Het hof bevestigde dat de kantonrechter terecht het sociaal plan en de peildatum van 1 augustus 2010 had gehanteerd en dat de ontbinding gegrond was. Het hoger beroep werd verworpen en [appellante] werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van [appellante] tegen de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst wordt verworpen.