ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6253
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige non-actiefstelling wegens strijd met goed werkgeverschap
De werknemer, sinds 2005 Manager Operations bij LPF Flexible Packaging B.V., werd op 23 februari 2009 met onmiddellijke ingang op non-actief gesteld nadat hij had geweigerd in te stemmen met beëindigingsvoorstellen van zijn arbeidsovereenkomst. LPF stelde dat de maatregel een ordemaatregel was om ongewenste situaties op de werkvloer te voorkomen, mede gelet op een ingediend verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter had de non-actiefstelling reeds ongedaan gemaakt, maar LPF stelde hoger beroep in. Het hof oordeelde dat de werkgever onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een gerechtvaardigde vrees bestond dat voortzetting van de werkzaamheden tot problemen zou leiden. De stellingen van LPF over het functioneren van de werknemer waren onvoldoende concreet en niet onderbouwd.
Het hof benadrukte dat de vrijheid van de werkgever om zijn organisatie in te richten moet worden afgewogen tegen het recht van de werknemer om de overeengekomen arbeid te verrichten. Zonder een redelijke en zwaarwegende grond mag een werknemer niet tegen zijn wil worden geschorst. De non-actiefstelling was daarom in strijd met goed werkgeverschap.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde LPF in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De non-actiefstelling van de werknemer door LPF was onrechtmatig en in strijd met goed werkgeverschap; het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.