ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6240
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.W. Zandbergen
- K.M. Makkinga
- W. Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vorderingen mandeligheid en buurweg strook grond
Appellanten zijn sinds 2000 eigenaar van een perceel dat achter de percelen van geïntimeerde en derden ligt. Zij vorderden een verklaring voor recht dat zij mede-eigenaar zijn van een strook grond tussen de percelen, op grond van een akte van 1869, en dat deze strook als mandelig moet worden beschouwd. Tevens vorderden zij aanpassing van een carport en schutting die op deze strook zouden staan.
De rechtbank wees deze vorderingen af, omdat mandeligheid niet voldoende was aangetoond en de strook niet als buurweg kon worden aangemerkt. Het hof bevestigt dit oordeel. Geïntimeerde betwistte met kracht de mandeligheid en voerde aan dat stadsmeierrechten in 1988 zijn opgeheven en omgezet in eigendom, waardoor eventuele mandeligheid is komen te vervallen.
Het hof overweegt dat mandeligheid een afhankelijk recht is dat overgaat met het hoofdrecht, maar dat appellanten onvoldoende hebben onderbouwd dat zij mede-eigenaar zijn geworden van de strook grond. De akte van toedeling in het kader van de herinrichting en inschrijving in de openbare registers tonen geen mandelige eigendom meer aan. Ook is onvoldoende gesteld dat de strook als buurweg is bestemd ten behoeve van appellanten.
Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af wegens onvoldoende onderbouwing van mandeligheid en buurweg.