ECLI:NL:GHLEE:2011:BU4689
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over beëindiging aannemingsovereenkomst en schadevergoeding onder Duitse algemene voorwaarden
Op 22 december 2005 sloten partijen een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een woning tegen een vaste prijs van €440.000,- onder Duitse algemene voorwaarden. De opdrachtgever ([geïntimeerden]) zegde de overeenkomst telefonisch op in juli 2008, waarna Olfa-Haus een factuur stuurde voor schadevergoeding en kosten.
De rechtbank Groningen wees de vordering deels toe, waarbij de gefixeerde winstvergoeding van 7,5% werd afgewezen maar architecten- en statische kosten werden toegewezen. Zowel Olfa-Haus als [geïntimeerden] gingen in hoger beroep, waarbij het hof het incidenteel appel van [geïntimeerden] eerst behandelde.
[geïntimeerden] stelden dat de overeenkomst was ontbonden op grond van een mondelinge ontbindende voorwaarde dat de woning te Sappemeer in 2006 verkocht moest zijn. Het hof oordeelde dat het aan [geïntimeerden] is om dit te bewijzen en droeg hen op bewijs te leveren. Indien dit bewijs slaagt, vervalt de vordering van Olfa-Haus; zo niet, dan is sprake van opzegging en is schadevergoeding verschuldigd.
Het hof stelde het bewijsverhoor aan en hield verdere beslissing aan, waarbij de zaak werd verwezen naar een rolzitting voor het vaststellen van het getuigenverhoor. De uitspraak werd gedaan door de kamer voor burgerlijke zaken van het gerechtshof Leeuwarden op 15 november 2011.
Uitkomst: Het hof draagt de opdrachtgever op bewijs te leveren van de ontbindende voorwaarde en houdt verdere beslissing aan.