ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1953
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens verjaring van strafvordering in hoger beroep
In deze strafzaak ging het om hoger beroep tegen een vonnis van de economische politierechter in Groningen, waarbij verdachte werd vervolgd voor overtredingen gepleegd tussen 22 september 2006 en 24 oktober 2006.
De wetgeving omtrent verjaring van strafvordering voor overtredingen wijzigde per 1 februari 2008, waarbij de termijn werd verlengd van twee naar drie jaar. De verjaringstermijn was gestuit door de betekening van de aanzegging hoger beroep op 4 juli 2007, waardoor een nieuwe termijn van drie jaar begon te lopen.
Het hof stelde vast dat de betekening van de dagvaarding in hoger beroep op 2 augustus 2011 plaatsvond, wat meer dan drie jaar na de aanzegging hoger beroep was. Hierdoor was de strafvordering verjaard en was het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. De verjaringstermijn was niet geschorst of gestuit na de aanzegging hoger beroep, waardoor verdere behandeling niet mogelijk was.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de strafvordering in hoger beroep.