ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1895
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot terugverhuizing vrouw met kinderen in afwachting bodemprocedure
Partijen zijn gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. Na een beschikking van de rechtbank waarbij de vrouw de echtelijke woning moest verlaten en de kinderen aan haar werden toevertrouwd, is zij met de kinderen verhuisd naar een andere woonplaats. De man vorderde in kort geding dat de vrouw terug zou keren naar de oorspronkelijke woonplaats in afwachting van de bodemprocedure, om te voorkomen dat een onomkeerbare situatie zou ontstaan.
De voorzieningenrechter wees deze vordering af, waarna de man hoger beroep instelde. Het hof overwoog dat de vrouw niet kon worden verplicht in de kleine gemeenschap te blijven wonen, mede vanwege haar positie en de afstand tussen de woonplaatsen die niet belastend is voor de kinderen. Ook achtte het hof de verhuizing niet onomkeerbaar en vond het dat de voorlopige zorgregeling kon worden voortgezet.
Daarnaast werd de vordering van de vrouw tot vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen op een school in de nieuwe woonplaats in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard, maar deze vordering was later ingetrokken. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de man tot terugverhuizing van de vrouw met de kinderen af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.