ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7271
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk niet opgeven van inkomsten aan uitkeringsinstantie
De verdachte heeft in de periode van 19 juni 2006 tot en met 31 januari 2008 in de gemeente waar hij woonde, tezamen met een ander, opzettelijk nagelaten om tijdig de benodigde gegevens over zijn inkomsten uit arbeid te verstrekken aan de uitkeringsinstantie, terwijl hij een uitkering ontving op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Dit nalaten kon leiden tot bevoordeling van zichzelf of een ander.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en het hoger beroep behandeld. Op basis van wettige bewijsmiddelen is vastgesteld dat verdachte bewust heeft verzwegen dat hij werkte en inkomsten genoot, waardoor de uitkeringsinstantie niet in staat was zijn recht op uitkering correct vast te stellen. Verdachte is strafbaar bevonden en vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en met zijn persoonlijke omstandigheden. Het hof heeft een werkstraf van 140 uur opgelegd, met een subsidiaire hechtenis van 70 dagen bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis wegens opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan de uitkeringsinstantie.