ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2627

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000609-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14g SrArt. 14i Sr
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mishandeling ex-vriendin met werkstraf en voorwaardelijke sanctie

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad inzake mishandeling van de ex-vriendin van verdachte op 7 januari 2011. Verdachte werd ervan beschuldigd haar met kracht tegen het hoofd te hebben geslagen en meerdere malen tegen het lichaam te hebben geschopt, waardoor zij pijn leed.

Tijdens de terechtzitting verklaarde verdachte zich niets te kunnen herinneren van het incident vanwege overmatig drankgebruik, hetgeen het hof niet als excuus accepteerde. Uit het justitiële document bleek dat verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld voor soortgelijke geweldsdelicten. Een ambulant begeleider getuigde over zorgen omtrent de agressieregulatie van verdachte, maar ook over diens inzet om aan zijn problematiek te werken.

Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht. Het verklaarde bewezen dat verdachte mishandeling heeft gepleegd zoals ten laste gelegd, maar sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen. Gelet op de ernst van het feit, de verstoring van de openbare orde en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde het hof een werkstraf van 80 uren op, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde geldboete gelast vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 80 uur werkstraf, waarvan 40 uur voorwaardelijk, en gelastte tenuitvoerlegging van een eerdere geldboete.

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-000609-11
Uitspraak d.d.: 23 september 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 16 maart 2011 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 07-600574-08, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1988],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis, waarvan 25 uren , subsidiair 12 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van een geldboete van 150 euro, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zwolle van 28 oktober 2009. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. H. Polat, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 07 januari 2011 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (met kracht) op/tegen het hoofd heeft gestomp/geslagen waardoor deze ten val is gekomen en/of terwijl die [slachtoffer] op de grond lag meermalen (met kracht) op/tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 7 januari 2011 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon [slachtoffer] tegen het hoofd heeft geslagen en meermalen met kracht tegen het lichaam heeft geschopt waardoor deze pijn heeft ondervonden.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
het bewezen verklaarde levert op:
mishandeling.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig feit, namelijk een forse mishandeling van zijn ex-vriendin. Hij heeft daarmee haar lichamelijke integriteit geschonden. Daarbij heeft verdachte het feit gepleegd in de openbare ruimte temidden van het uitgaanspubliek hetgeen een ongewenste verstoring van de openbare orde heeft gegeven.
Verdachte heeft ter zitting verklaard zich niets van de mishandeling te kunnen herinneren. Hij wijt dit aan overmatig drankgebruik. Het hof merkt hierover op dat het verdachte zelf is die besluit overmatig te drinken. Dit kan dan ook geen enkel excuus vormen voor de handelwijze van verdachte.
Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 september 2011, waaruit blijkt dat de verdachte eenmaal eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke geweldsdelicten.
Tevens houdt het hof bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze ter terechtzitting door hem en zijn raadman naar voren zijn gebracht en zoals deze overigens zijn gebleken uit het strafdossier, waaronder een reclasseringsrapportage van 11 maart 2011.
Het hof heeft verder kennis genomen van de ter terechtzitting gegeven toelichting van
R. Zuidema, ambulant begeleider van de verdachte en als zodanig in dienst bij de jeugdzorg-instelling LSG-Rentray te Almere. Zuidema heeft verklaard dat er zorgen zijn met betrekking tot onder meer verdachtes agressieregulatie, maar dat verdachte intussen enkele stappen heeft gezet om zijn problematiek in kaart te gaan brengen en aan te pakken.
Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke werkstraf van na te noemen duur passend is.
Het hof legt echter een zwaardere straf op aan de verdachte dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof komt tot deze beslissing omdat de geëiste straf naar het oordeel van het hof onvoldoende recht doet aan de ernst van het gepleegde feit.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Zwolle-Lelystad van 28 oktober 2009, parketnummer 07-600574-08, opgelegde voorwaardelijke geldboete van 150 euro, subsidiair 3 dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 14i, 14j, 22c, 22d, 23, 24, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (vierhonderdveertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 28 oktober 2009, parketnummer 07-600574-08,
te weten van:
een geldboete van EUR 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. J. Hielkema, voorzitter,
mr. T.M.L. Wolters en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.D. Raven, griffier,
en op 23 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. J.A. Wiarda is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.