ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2006

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
13 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002827-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 14i SrArt. 14j SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens verduistering van benzine met vrijspraak primair ten laste gelegde

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor verduistering van benzine. In hoger beroep stelde het hof vast dat de dagvaarding in hoger beroep niet was uitgereikt, waardoor deze nietig werd verklaard. Het hof onderzocht de zaak opnieuw en sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, omdat het bewijs daarvoor onvoldoende was.

Wel achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk 80,64 liter benzine had getankt zonder te betalen, wat neerkomt op verduistering. Verdachte had het verschuldigde bedrag uiteindelijk voldaan via een incassobureau.

Gezien de persoonlijke omstandigheden en eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten, legde het hof een geldboete van €300 op, met een vervangende hechtenis van zes dagen bij niet-betaling. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand gelast vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld tot een geldboete van €300 voor verduistering van benzine met gelaste tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-002827-09
Uitspraak d.d.: 13 september 2011
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 23 oktober 2009 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 16-601312-07, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1984],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 31 januari 2011, 23 mei 2011, 30 augustus 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van verdachte van het het primair ten laste gelegde, tot veroordeling van verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde tot een geldboete van EUR 300,-, subsidiair 6 dagen hechtenis, en tot toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en zal daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 20 november 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid brandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 20 november 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk 80,64 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de [straat], had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 20 november 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk 80,64 liter benzine, toebehorende aan [slachtoffer] en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de [straat], had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:
verduistering.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van benzine door te tanken zonder daarvoor te betalen. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van een ander. Voorts is gebleken dat het verschuldigde geldbedrag
- door tussenkomst van een incassobureau - uiteindelijk door verdachte is voldaan.
Blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 29 juni 2011 is verdachte meermalen veroordeeld voor vermogensdelicten.
Het hof heeft tevens bij de strafoplegging betrokken de persoonlijke omstandigheden zoals deze uit het dossier zijn gebleken.
Hoewel de recidive van verdachte daartoe in beginsel aanleiding kan geven, acht het hof, mede gelet op het tijdsverloop, het thans niet meer geboden om gevangenisstraf op te leggen. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat een geldboete voor het bewezen verklaarde passend is.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de Meervoudige kamer te Utrecht van 27 februari 2008, parketnummer 16-601312-07, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 14i, 14j, 23, 24, 24c, 63 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Utrecht van 27 februari 2008, parketnummer 16-601312-07, te weten van:
gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
Aldus gewezen door
mr. H. Heins, voorzitter,
mr. T.M.L. Wolters en mr. H.K. Elzinga, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,
en op 13 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. H.K. Elzinga is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.