ECLI:NL:GHLEE:2011:BT1555
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.A.A.M. van Veen
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- W. Foppen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot moord, veroordeling zware mishandeling met voorbedachten rade
Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 15 september 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen verdachte die ervan werd verdacht zijn vader te hebben geprobeerd te doden. Het hof sprak verdachte vrij van de poging tot moord en poging tot doodslag omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte opzettelijk de dood van het slachtoffer heeft beoogd. Wel werd vastgesteld dat verdachte samen met medeverdachten het slachtoffer meermalen met vuisten heeft gestompt en geschopt, wat heeft geleid tot ernstige breuken en neurologische schade.
Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van verdachte en medeverdachten, het dossier en deskundigenrapporten, waaronder een psychologisch onderzoek dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beoordeelde. Ondanks de verminderd toerekeningsvatbaarheid achtte het hof verdachte strafbaar en veroordeelde hem voor medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade.
De straf werd vastgesteld op 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en het volgen van een leefstijl- en cognitieve vaardigheidstraining. Het hof hield rekening met de ernst van het letsel, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn strafrechtelijke verleden. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet toegewezen omdat deze niet werd gehandhaafd in hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging tot moord, veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 15 maanden voorwaardelijk voor zware mishandeling met voorbedachten rade.