ECLI:NL:GHLEE:2011:BR6162
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W.M. van Schuijlenburg
- B.J.J. Melssen
- J.P. van Stempvoort
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij en oplegging betalingsverplichting
Veroordeelde werd bij arrest van het hof veroordeeld wegens het aanwezig hebben van 155 hennepplanten in zijn woning, waar een hennepkwekerij werd aangetroffen. Tijdens het hoger beroep stelde het hof vast dat veroordeelde financieel voordeel had genoten doordat derden twee maanden huur van €600 per maand voor hem betaalden.
De advocaat-generaal had een vordering ingediend tot vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel op €5.000, terwijl de officier van justitie een bedrag van €9.365,10 vorderde. Het hof baseerde zich op de verklaring van veroordeelde en de bewijsstukken en stelde het voordeel vast op €1.200.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht door het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op €1.200 en veroordeelde tot betaling van dit bedrag aan de Staat. Er waren geen feiten die tot een ander oordeel leidden. De beslissing werd genomen conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €1.200 en legt een betalingsverplichting aan de Staat op.