ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5592
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.M. Rowel-van der Linde
- J.H. Kuiper
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand en woongebruik
In deze zaak stond centraal of de huurder een huurachterstand had laten ontstaan en of zij haar hoofdverblijf nog in de gehuurde woning had. De verhuurder had meerdere huurverhogingen aangekondigd die de huurder betwistte en waartegen zij bezwaar maakte bij de huurcommissie. De huurcommissie had de huurprijs verlaagd wegens onderhoudsgebreken, en de verhuurder had de huurverhogingen niet via de huurcommissie laten toetsen.
De kantonrechter wees de vorderingen van de verhuurder af en wees de tegenvorderingen van de huurder toe. De verhuurder ging hiertegen in hoger beroep met vier grieven, waaronder het betwisten van het ontbreken van een huurachterstand en het betwisten dat de huurder haar hoofdverblijf in de woning had.
Het hof oordeelde dat de verhuurder zichzelf tegensprak over het begin van de vermeende huurachterstand en dat de huurverhogingen niet rechtsgeldig met terugwerkende kracht konden worden toegepast. Tevens werd geoordeeld dat de verhuurder zich niet tot de huurcommissie had gewend zoals de wet voorschrijft bij bezwaar van de huurder. De stellingen van de verhuurder over het niet-woongebruik werden onvoldoende onderbouwd en de bewijsaanbiedingen werden afgewezen wegens gebrek aan specificiteit.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de verhuurder in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat er geen huurachterstand was en dat de huurder haar hoofdverblijf in de woning had, zodat de ontbinding van de huurovereenkomst werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de verhuurder af wegens ontbreken van huurachterstand en woongebruik door de huurder.