ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5520

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
22 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002668-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Zwerwer
  • Sekeris
  • Meijer-Campfens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bedreiging wegens onvoldoende overtuigend bewijs

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Assen, waarin verdachte werd beschuldigd van bedreiging van het slachtoffer met woorden die een misdrijf tegen het leven of zware mishandeling inhielden.

Tijdens de terechtzitting op 8 augustus 2011 heeft het hof het bewijs onderzocht en de vordering van de advocaat-generaal tot veroordeling tot een geldboete of subsidiair hechtenis overwogen. De verdediging voerde verweer namens verdachte.

Het hof heeft geoordeeld dat op basis van de wettige bewijsmiddelen geen overtuiging kon worden verkregen dat verdachte de bedreigingen heeft geuit. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde bedreiging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging wegens onvoldoende overtuigend bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-002668-10
Uitspraak d.d.: 22 augustus 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 15 oktober 2010 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1984],
ingeschreven in de GBA op het adres:
[adres] te [woonplaats],
volgens opgave van verdachte ter zitting verblijvende op het adres:
[verblijfplaats].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 augustus 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een geldboete van € 220,=, subsidiair 4 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. P.C. van Diest, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 07 oktober 2009 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], meermalen (telkens), althans eenmaal, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je hartstikke dood" en/of "Hoe harder je lacht, hoe harder je dood gaat" en/of "Ik pak je nog wel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. Zwerwer, senior raadsheer, voorzitter,
mr. Sekeris en mr. Meijer-Campfens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van Boersma, griffier,
en op 22 augustus 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.