ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5366
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- K. Lahuis
- G.M. Meijer-Campfens
- J. Hielkema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling minderjarige slachtoffers met taakstraf en schadevergoeding
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling van twee minderjarige slachtoffers, waarbij hij hen met kracht heeft geslagen en geschopt, wat pijn en letsel veroorzaakte. Het hof achtte bewezen dat de verdachte op 23 augustus 2009 deze feiten heeft gepleegd.
Gezien de ernst van het delict hanteert het hof een oriëntatiepunt voor straftoemeting dat doorgaans een forse geldboete impliceert. Echter, vanwege de financiële situatie van de verdachte, die een WAO-uitkering ontvangt en net rondkomt, acht het hof een geldboete niet passend. Daarom werd een taakstraf van tachtig uur opgelegd, waarvan veertig uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, als normhandhaving en vergelding.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €920, waarvan het hof €300 aan immateriële schade toewijst, met wettelijke rente vanaf de datum van het delict. Het hof verklaarde de rest van de vordering niet-ontvankelijk wegens onevenredige belasting van het strafgeding en verwees de benadeelde naar de burgerlijke rechter.
Het voorwaardelijke deel van de taakstraf dient als stok achter de deur om de verdachte te stimuleren aan zijn agressieproblematiek te blijven werken, waarvoor hij onder behandeling staat bij de GGZ. De verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, en betaling van €300 immateriële schadevergoeding.