ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5130
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Executie van dwangsommen in burengeschil onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
In deze zaak stond een burengeschil centraal waarbij de erfafscheiding en beplanting van geïntimeerden deels op het erf van appellanten waren geplaatst. De rechtbank Leeuwarden had geïntimeerden veroordeeld om deze erfafscheiding en beplanting te verwijderen en verwijderd te houden, met een dwangsom bij niet-naleving.
Na uitvoering van het vonnis ontstond discussie over de vraag of de wortels en stronken van de beplanting ook verwijderd moesten worden. Appellanten stelden dat geïntimeerden niet volledig hadden voldaan aan het vonnis omdat wortels en stronken nog aanwezig waren, en vorderden executie van dwangsommen.
Het hof oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat het vonnis niet duidelijk was over de verplichting tot verwijdering van wortels en stronken. Het hof bevestigde dat de beplanting in de volle omvang, inclusief wortels en stronken, verwijderd moest worden. Echter, het hof vond dat appellanten onvoldoende duidelijkheid hadden gegeven over het niet-naleven en dat dwangsommen slechts verbeurd kunnen worden als onbetwist is dat het vonnis niet is nageleefd.
Daarom werd het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en werd appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest benadrukt het belang van redelijkheid en billijkheid bij de executie van dwangsommen in burenrechtelijke geschillen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af, met veroordeling in de proceskosten.