ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1583
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Sekeris
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Doorbreking appelverbod wegens schending recht op hoor en wederhoor bij niet-aannemelijke verzending oproepingsbrief
Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een administratieve sanctie opgelegd door het CJIB. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond omdat de opgelegde sanctie lager was dan € 70, waardoor hoger beroep in beginsel niet ontvankelijk is.
Betrokkene stelde dat hij geen oproepingsbrief voor de zitting van de kantonrechter had ontvangen en daardoor zijn zienswijze niet had kunnen toelichten, wat een schending van het recht op hoor en wederhoor inhoudt. Het hof onderzocht of de verzending van de oproepingsbrief aannemelijk was gemaakt.
Hoewel een oproepingsbrief aanwezig was met paraaf van de griffier, ontbraken stempels of aantekeningen die de verzending bevestigen. De griffier gaf geen inzicht in een vaste werkwijze die de verzending garandeert. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de brief tijdig aan betrokkene was verzonden.
Het hof oordeelde dat deze schending van het recht op hoor en wederhoor zo fundamenteel is dat het appelverbod doorbroken moet worden. De zaak wordt aangehouden en betrokkene krijgt de gelegenheid zijn standpunt mondeling toe te lichten tijdens een zitting van het hof.
Uitkomst: Het hof doorbreekt het appelverbod wegens schending van het recht op hoor en wederhoor en houdt de zaak aan voor mondelinge behandeling.