ECLI:NL:GHLEE:2011:BR0354
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt nietigheid woekerrentebeding in geldleningsovereenkomst
In deze zaak stond de geldigheid van een woekerrentebeding centraal, waarbij een rente van ruim 1000% per jaar werd bedongen in een overeenkomst van geldlening tussen appellante en geïntimeerden.
De rechtbank had de vordering van appellante afgewezen wegens het ontbreken van een rechtshandeling en het ontbreken van een wilsovereenstemming over de hoge vergoeding. Appellante stelde in hoger beroep dat de akte van 19 februari 2008 een schuldigerkenning bevatte en dat de vergoeding een vergoeding voor het uitlenen van hoog risicovol kapitaal betrof.
Het hof oordeelde dat de akte slechts vrije bewijskracht heeft en dat de vergoeding feitelijk neerkomt op rente. Een rentepercentage van ruim 1000% per jaar is moreel onaanvaardbaar en strijdig met de goede zeden, waardoor de rentebepaling nietig is op grond van artikel 3:40 lid Pro BW.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en liet de proceskosten in hoger beroep achterwege omdat geïntimeerden niet waren verschenen. Hiermee werd de vordering van appellante definitief afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering wegens nietigheid van de woekerrentebepaling af.