ECLI:NL:GHLEE:2011:BR0249
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijf bij vader en omgangsregeling met moeder in belang minderjarige
In deze zaak staat centraal bij wie van de ouders de minderjarige zijn hoofdverblijf moet hebben en de omvang van de omgangsregeling met de moeder. De rechtbank had bepaald dat het kind bij de vader woont en een minimale omgang met de moeder heeft onder begeleiding. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en wilde het hoofdverblijf bij haar en een uitgebreidere omgangsregeling.
Het hof heeft uitgebreid de feiten, rapportages en processtukken bestudeerd, waaronder psychologische en orthopedagogische onderzoeken. Uit deze stukken blijkt dat het kind zich goed ontwikkelt bij de vader en dat de situatie bij hem stabiel is. De omgang met de moeder is sinds 2009 gestagneerd vanwege loyaliteitsproblemen en aanhoudende strijd tussen ouders, wat het kind emotioneel belast.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind het beste gediend is met voortzetting van het hoofdverblijf bij de vader, gezien zijn leeftijd, stabiliteit en ontwikkeling. De omgangsregeling met de moeder wordt bekrachtigd zoals vastgesteld: minimaal twee uur per drie weken onder begeleiding. Het hof benadrukt het belang van een open mogelijkheid tot omgang zodra de situatie verbetert, met een essentiële rol voor de gezinsvoogdijmedewerker. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het hoofdverblijf bij de vader en handhaaft de beperkte omgangsregeling met de moeder onder begeleiding.