ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9767
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- H. Heins
- J.F. Aalders
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig bewijs voor oplichting met maaltijden en consumpties
In hoger beroep werd de verdachte verdacht van twee feiten van oplichting, gepleegd in oktober en november 2008, waarbij hij zich valselijk zou hebben voorgedaan als gast met voldoende saldo om maaltijden en consumpties te betalen. De benadeelde partijen waren een zalencentrum-restaurant en een bedrijf die schade vorderden.
Tijdens de terechtzitting heeft het hof het bewijs onderzocht en vastgesteld dat er geen wettige bewijsmiddelen waren die overtuigend aantoonden dat verdachte het oogmerk had om niet te betalen. De tenlastelegging werd daarom niet bewezen verklaard.
De vordering tot schadevergoeding door de benadeelde partij werd niet toegewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden aan het ten laste gelegde handelen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en de gemaakte kosten voor tenuitvoerlegging werden begroot op nihil. Hiermee kwam een einde aan de strafrechtelijke procedure tegen verdachte.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs voor oplichting.