ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ8041

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002360-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor vernieling en kappen zonder kapvergunning met werkstraf en geldboete

Verdachte heeft op 16 februari 2010 zonder toestemming van de rechthebbende een groot aantal bomen en struiken vernield door deze te kappen en te snoeien. Tevens heeft hij zonder schriftelijke kapvergunning houtopstand gekapt die niet als dunning kon worden aangemerkt.

Het hof acht bewezen dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk enig goed van een ander heeft vernield en de Bomenverordening 1996 van de gemeente Achtkarspelen heeft overtreden. Het vernielen van de bomen en struiken heeft het woongenot van het slachtoffer fundamenteel aangetast.

Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en legt een werkstraf van 120 uren op, waarvan 60 uren voorwaardelijk, met een subsidiaire vervangende hechtenis. Daarnaast wordt een geldboete van 500 euro opgelegd wegens het kappen zonder vergunning, eveneens met een subsidiaire hechtenis. Het hof acht een geldboete voor de vernieling niet passend vanwege de ernst van de aantasting van het woongenot.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, deels voorwaardelijk, en een geldboete van 500 euro wegens vernieling en kappen zonder vergunning.

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-002360-10
Uitspraak d.d.: 15 juni 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 24 september 2010 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1966],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het aan hem onder 1 ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis en ter zake het aan hem onder 2 ten laste gelegde tot een geldboete van 750 euro, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. H. Anker, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 16 februari 2010 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk (nabij een woning gelegen aan of bij de [adres], aldaar) een groot aantal bomen en/of struiken (te weten (in totaal) 40 bomen en/of (in totaal) 12 struiken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
2.
hij op of omstreeks 16 februari 2010, te [plaats], in de gemeente [gemeente], zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, houtopstand, te weten (in totaal) 40 bomen en/of (in totaal) 12 struiken, in elk geval een groot aantal bomen en/of struiken (perceel [adres] kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie B, Perceel [nummer]), heeft geveld, anders dan bij wijze van dunning, immers werd toen aldaar genoemde houtopstand gekapt en/of gerooid.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij op 16 februari 2010 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk (nabij een woning gelegen aan de [adres], aldaar) een groot aantal bomen en struiken toebehorende aan [slachtoffer], heeft vernield;
2.
hij op 16 februari 2010, te [plaats], in de gemeente [gemeente], zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, houtopstand, te weten een groot aantal bomen en struiken (perceel [adres] kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie B, Perceel [nummer]), heeft geveld, anders dan bij wijze van dunning, immers werd toen aldaar genoemde houtopstand gekapt en/of gerooid.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
Overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Bomenverordening 1996 van de gemeente Achtkarspelen.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft op 16 februari 2010 op zeer brutale wijze - zonder toestemming van de rechthebbende [slachtoffer] - opzettelijk een groot aantal bomen en struiken vernield door deze te kappen dan wel te snoeien. Verdachte heeft zich zonder toestemming op het erf van de rechthebbende begeven en heeft niets ontziend bomen en struiken gekapt en gesnoeid. Binnen korte tijd heeft verdachte kaalslag gepleegd op het erf dat aan een ander toebehoort. Verdachte heeft door zijn handelen die [slachtoffer] fundamenteel in het woongenot aangetast.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de aard en de ernst van de feiten, een geldboete geen passende straf is. Slechts een (onvoorwaardelijke) werkstraf doet recht aan hetgeen bewezen is verklaard. Daarom zal het hof aan verdachte een werkstraf van na te noemen duur opleggen.
Daarnaast zal aan verdachte een geldboete worden opgelegd wegens het kappen zonder de daarvoor benodigde kapvergunning.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 62 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 154 van Pro de Gemeentewet en artikelen 2 en 20 van de Bomenverordening 1996 van de Gemeente Achtkarspelen.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. S. Zwerwer, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,
en op 15 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.