ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ7368
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over nakoming en beëindiging effectenleaseovereenkomst en toepassing Duisenberg-regeling
In deze civiele procedure staat de uitvoering van de Duisenberg-regeling en de beëindiging van een effectenleaseovereenkomst centraal. Appellant had meerdere aandelenleaseovereenkomsten met Dexia Bank Nederland gesloten en had in 2005 het aanbod voor de Duisenberg-regeling geaccepteerd. Er ontstond een geschil over de betaling van een vergoeding die Dexia aan appellant verschuldigd was, waarbij Dexia het bedrag op een verkeerd bankrekeningnummer had gestort. Appellant verrekende de niet ontvangen vergoeding met de maandtermijnen van een lopende leaseovereenkomst.
Dexia beëindigde de leaseovereenkomst gedwongen wegens vermeende betalingsachterstand, waarna de vordering werd overgenomen door Varde Investments. De kantonrechter wees de vordering van Varde grotendeels toe, maar het hof stelde vast dat appellant gerechtigd was de vergoeding te verrekenen met de maandtermijnen en dat er geen grond was voor de gedwongen beëindiging. Het hof oordeelde dat Dexia tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst.
Het hof hield de beslissing aan om partijen in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten over de hoogte van het nog te betalen bedrag aan Varde, mede gelet op de vraag of appellant recht heeft op schadevergoeding wegens de gedwongen beëindiging. Het hof stelde vast dat appellant zich vrijwillig aan de Duisenberg-regeling had gebonden en dat de opt-out verklaring niet van toepassing was.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat appellant gerechtigd was tot verrekening en dat de gedwongen beëindiging onrechtmatig was, maar houdt de beslissing aan voor nadere financiële afwikkeling.