ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ7330
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van 1,2 gram cocaïne met geldboete en hechtenis
Op 6 augustus 2010 werd verdachte betrapt op het bezit van ongeveer 1,2 gram cocaïne, een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet. Verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats, verbleef ten tijde van het hoger beroep in vreemdelingenbewaring. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Het hof achtte wettig bewezen dat verdachte het bezit van de cocaïne op zich nam, maar verwierp de tenlastelegging voor een grotere hoeveelheid. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €300,-, met een subsidiaire hechtenisstraf van 6 dagen bij niet-betaling. Tevens werd de teruggave gelast van het in beslag genomen geldbedrag van €1.344,30, aangezien het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzette.
De strafoplegging werd passend geacht gezien de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De strafbaarheid werd gebaseerd op de ernstige bedreiging die drugsgebruik voor de volksgezondheid vormt. Het hof baseerde zich op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €300,-, subsidiair 6 dagen hechtenis, en teruggave van in beslag genomen geld gelast.