ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5268
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- M.E.L. Fikkers
- M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over inbreng van giften en materiële schenking in nalatenschap bij oud erfrecht
In deze civiele zaak staat de verdeling van de nalatenschap van ouders centraal, waarbij de inbreng van eerder gedane giften en materiële schenkingen aan erfgenamen wordt betwist. De nalatenschap valt onder het oude erfrecht, waarbij de erflater en erflaatster in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. De kernvraag betreft de omvang en wijze van berekening van de inbrengplicht van de erfgenamen, mede in verband met de materiële schenking van onroerende zaken aan twee van de kinderen.
De procedure kent meerdere partijen: appellante en geïntimeerden, die zowel in het principaal als incidenteel appel betrokken zijn. Het hof oordeelt over ontvankelijkheid van de appels en tegenvorderingen, waarbij enkele appels niet-ontvankelijk worden verklaard wegens procesrechtelijke beperkingen. Tevens wordt een deskundigenbericht overwogen om de waarde van de materiële schenking van een boerderij te bepalen.
Het hof bevestigt dat de inbrengplicht volgens het oude erfrecht wordt berekend naar de waarde op het moment van de schenking en dat materiële schenkingen een bevoordeling inhouden die in de nalatenschap moet worden ingebracht, met uitzondering van schenkingen aan de echtgenoot van een kind. De invloed van het faillissement van een erfgenaam op de inbrengplicht wordt verworpen. De zaak wordt verwezen voor nadere behandeling, waaronder het benoemen van een deskundige en het inwinnen van nadere stukken.
Uitkomst: Het hof verklaart enkele hoger beroepen niet-ontvankelijk, bevestigt de toepassing van het oude erfrecht op inbreng van materiële schenkingen, en verwijst de zaak voor nader deskundigenonderzoek en verdere behandeling.