ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5096
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.D.S.L. Bosch
- R.A. Zuidema
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan schulden
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Groningen vernietigd en de schuldsaneringsregeling van betrokkene 2 beëindigd. De rechtbank had het verzoek tot beëindiging afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld of betrokkene 2 te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van zijn schulden. Het hof oordeelde dat het summier blijken van de beëindigingsgrond onvoldoende was en dat nieuwe feiten en omstandigheden een herbeoordeling rechtvaardigden.
Betrokkene 1 en betrokkene 2 waren samen een onderneming gestart die later werd ingebracht in een besloten vennootschap. Betrokkene 2 had aanzienlijke bedragen opgenomen uit een rekening-courantkrediet, waardoor de schuld bij de ING Bank met minstens €200.000 was toegenomen. Het hof vond dat betrokkene 2 als redelijk handelend ondernemer terughoudend had moeten zijn met deze opnamen, zeker gezien de teruglopende resultaten vanaf 2008. Uit de stukken bleek dat betrokkene 2 het krediet grotendeels had gebruikt voor privé-uitgaven zonder aannemelijk te maken dat het was bedoeld voor lopende verplichtingen.
Het hof stelde vast dat deze feiten en omstandigheden, indien bekend bij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, tot afwijzing hadden moeten leiden. Daarom werd de schuldsaneringsregeling beëindigd en werd betrokkene 2 in staat van faillissement verklaard. Tevens werden een rechter-commissaris en curator benoemd om de afwikkeling te begeleiden.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van betrokkene 2 wordt beëindigd wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte goede trouw en betrokkene 2 wordt in staat van faillissement verklaard.