ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ4132
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Hielkema
- K. Lahuis
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij toebrengen mesverwondingen na worsteling
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk toebrengen van messteken aan het slachtoffer, met het oogmerk het slachtoffer te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Volgens de tenlastelegging zou dit hebben plaatsgevonden op of omstreeks 28 september 2008 in de woning van de verdachte.
Tijdens het hoger beroep verklaarde de verdachte dat zij het mes had meegenomen uit voorzorg omdat zij zich bedreigd voelde. Zij ontkende bewust te hebben gestoken en gaf aan dat het letsel het gevolg was van een worsteling waarbij het slachtoffer het mes meerdere malen in haar handen duwde en haar aanspoorde om te steken. Het hof nam deze verklaringen samen met die van het slachtoffer in overweging.
Het hof concludeerde dat het slachtoffer het mes tweemaal in de handen van de verdachte duwde en dat de verwondingen tijdens een worsteling ontstonden toen de verdachte probeerde zich te onttrekken. Er was geen overtuigend bewijs dat de verdachte opzet had om het slachtoffer te verwonden of te doden, ook niet in voorwaardelijke zin.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De vrijspraak werd gebaseerd op het ontbreken van bewijs voor het opzetvereiste, ondanks het feit dat de verdachte het slachtoffer met een mes had geraakt tijdens de worsteling.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij het toebrengen van mesverwondingen tijdens een worsteling.