ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3718

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
3 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002900-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 310 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor winkeldiefstal tot vier weken gevangenisstraf

Verdachte werd beschuldigd van winkeldiefstal gepleegd op 8 oktober 2009, waarbij sokken en schoenen uit een winkel werden weggenomen. De politierechter veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier weken. Verdachte ging in hoger beroep, waarbij zijn raadsman een beroep deed op de Salduz-jurisprudentie, stellende dat verdachte vanwege zijn psychische toestand recht had op aanwezigheid van een advocaat tijdens het politieverhoor.

Het hof oordeelde echter dat er geen sprake was van een zodanige bijzondere situatie die de aanwezigheid van een advocaat tijdens het verhoor noodzakelijk maakte. Verdachte had vooraf overleg gehad met een piketadvocaat, maar deze had geen bezwaar gemaakt tegen het verhoor zonder advocaat. Het hof verwierp daarom het bewijsuitsluitingsverzoek en achtte de verklaring van verdachte wettig en overtuigend bewezen.

Op basis van de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte legde het hof een gevangenisstraf van vier weken op, conform de eis van de advocaat-generaal en de eerdere straf van de politierechter. Verdachte had in het verleden meerdere soortgelijke vermogensdelicten gepleegd, wat meewoog in de strafoplegging. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door verdachte te veroordelen tot vier weken gevangenisstraf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf wegens winkeldiefstal.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002900-10
Parketnummer eerste aanleg: 17-055508-10
Arrest van 3 mei 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 25 oktober 2010 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1980] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
thans verblijvende in [verblijfplaats],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte
mr. E.A.C. Sandberg, advocaat te Vorden.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze in hoger beroep gekomen. De verdachte is ontvankelijk in zijn beroep.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 8 oktober 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in of uit een winkel/pand (gelegen aan of bij de [adres], aldaar) heeft weggenomen (een) sok(ken) (merk Nike, kleur zwart) en/of (een) schoen(en) (kleur wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het (winkel)bedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Overweging ten aanzien van het bewijs
De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof een beroep gedaan op de zogenoemde 'Salduz-jurisprudentie'. De raadsman heeft in dit kader bepleit dat de verklaring die verdachte op 8 oktober 2009 bij de politie heeft afgelegd, uitgesloten dient te worden van het bewijs, nu er geen advocaat bij dit verhoor aanwezig is geweest. Aangezien het - gezien zijn psychische toestand - een 'kwetsbare verdachte' betreft, had de politie hem rechtsbijstand bij het verhoor niet mogen onthouden, aldus de raadsman.
Anders dan de raadsman, is het hof van oordeel dat de bekennende verklaring die verdachte op 8 oktober 2009 heeft afgelegd, wel voor het bewijs mag worden gebezigd. Hiertoe overweegt het hof dat vaststaat dat verdachte voorafgaand aan het verhoor overleg heeft gehad met een piketadvocaat, mr. A. Ilicic. Uit het dossier blijkt niet dat de politie mr. Ilicic heeft belet bij het verhoor aanwezig te laten zijn, terwijl evenmin blijkt dat de advocaat zich ervoor heeft ingezet het verhoor niet zonder rechtsbijstand te laten plaatsvinden of op andere wijze aandacht heeft gevraagd voor haar cliënt. Ook anderszins is niet gebleken dat er sprake was van een zodanige bijzondere situatie dat verdachte niet zonder bijstand van een advocaat verhoord kon worden. Het hof is dan ook van oordeel dat er niet is gehandeld in strijd met enige wettelijke bepaling, verdragsbepalingen of met beginselen van een goede procesorde, door verdachte zonder aanwezigheid van een advocaat te verhoren.
Het verweer wordt verworpen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 8 oktober 2009 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in of uit een winkel gelegen aan de [adres]-64 heeft weggenomen sokken (merk Nike, kleur zwart) en schoenen (kleur wit), toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf].
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
diefstal.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 8 oktober 2009 in het winkelbedrijf [bedrijf] schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Met zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van voornoemd winkelbedrijf.
Ten nadele van verdachte spreekt dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 3 maart 2011 in het verleden meermalen ter zake van soortgelijke vermogensdelicten is veroordeeld. De straffen die hem in dat kader zijn opgelegd, hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een dergelijk strafbaar feit te begaan. De onderhavige diefstal is zelfs binnen enkele uren nadat verdachte op 8 oktober 2009 's ochtends uit de penitentiaire inrichting '[naam]' te [plaats] was vrijgelaten, gepleegd.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof
- overeenkomstig de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf - oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken passend en geboden. Een mildere strafmodaliteit is, gezien het hiervoor overwogene, niet aan de orde. Met betrekking tot de stelling van de raadsman, inhoudende dat een dergelijke gevangenisstraf geen rechtens of maatschappelijk relevant doel dient, overweegt het hof dat deze strafoplegging mede vanuit het oogpunt van speciale preventie en vergelding plaatsvindt.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier weken.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. E. de Witt en mr. J. Dolfing, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. E. de Witt buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.