ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3263

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
27 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001410-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 onder B Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplegen drugsdelicten en diefstal

De veroordeelde werd bij arrest veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet en meervoudige diefstal gepleegd tussen 1 juli 2005 en 24 januari 2007. De rechtbank Leeuwarden had hem veroordeeld tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €753.204.

In hoger beroep heeft het gerechtshof Leeuwarden het vonnis van de rechtbank bevestigd. Het hof heeft het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €753.204 en de verplichting opgelegd aan de veroordeelde om dit bedrag aan de Staat te betalen.

De zaak betrof een meervoudige strafkamer die het vonnis van 26 mei 2009 van de rechtbank Leeuwarden bekrachtigde. De veroordeelde was in persoon verschenen en werd bijgestaan door zijn raadsman. Het arrest werd gewezen door drie rechters en griffier, waarbij het hof zich verenigde met het vonnis van de eerste rechter.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ontnemingsmaatregel en legt de veroordeelde de verplichting op €753.204 aan de Staat te betalen.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001410-09
Parketnummer eerste aanleg: 17-885080-07
Arrest van 27 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 26 mei 2009, in de zaak strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen:
[verdachte],
geboren op [1947] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Leeuwarden heeft bij voormeld vonnis, op tegenspraak gewezen, onder verwijzing naar het vonnis d.d. 29 april 2009 van voormelde rechtbank Leeuwarden in de strafzaak met parketnummer 17-885080-07, het door veroordeelde door middel van en/of uit baten van de door hem gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 753.204,- en hem de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel.
Gebruik van het rechtsmiddel
De veroordeelde is op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde uitspraak in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vaststelt op € 753.204,- en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De veroordeelde is bij arrest van dit hof (parketnummer 24-001200-09) veroordeeld tot straf ter zake van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd. Beide feiten zijn gepleegd in de periode van 1 juli 2005 tot en met 24 januari 2007.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis van de eerste rechter.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
bevestigt het vonnis, waarvan beroep.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier.