ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1631

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002478-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken significante bijdrage aan openlijke geweldpleging

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor openlijke geweldpleging in een jeugdsoos, waarbij geweld werd gepleegd tegen personen en goederen. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en het vonnis van de rechtbank vernietigd.

Uit het dossier, waaronder getuigenverklaringen en aangiften, bleek niet dat verdachte een significante en wezenlijke bijdrage had geleverd aan het gepleegde geweld. Zijn aanwezigheid en luidruchtigheid waren onvoldoende om hem als mededader aan te merken.

Het hof baseerde zich op jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat voor het plegen van geweld in vereniging een voldoende significante bijdrage vereist is, die niet per se gewelddadig hoeft te zijn. Gezien het ontbreken van bewijs sprak het hof verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.

De advocaat-generaal had een werkstraf geëist, maar het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen. Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter het arrest niet mede ondertekende wegens afwezigheid.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor een significante bijdrage aan het geweld.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002478-09
Parketnummer eerste aanleg: 18-651539-09
Arrest van 15 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 18 september 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1990] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
opgegeven ter terechtzitting: verblijvende te [verblijfplaats],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.J.E. van Haarst, advocaat te Winschoten.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van honderdveertig uren, subsidiair zeventig dagen hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 07 februari 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten jeugdsoos [naam], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen het meubilair en/of de inventaris van die jeugdsoos en/of tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit
- het omgooien/omduwen van een tafel en/of
- het schoppen naar een televisietoestel en/of
- het vernielen van glazen en/of een lichtbord en/of een tafel en/of
- het urineren op de dansvloer
en/of
- het marcheren door de jeugdsoos en/of het brengen van de hitlergroet en/of het ten gehore brengen van Duitse liederen en daarmee een bedreigende sfeer scheppen voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- het schreeuwen tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]: "Als je dat doet, weet ik je wel te vinden en dan krijg ik je wel" of woorden van gelijke strekking en/of
- het schreeuwen tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]: "Als jullie geen drinken meer inschenken doen we jullie wat en breken we de tent af", of woorden van gelijke strekking.
Vrijspraak
Voorop staat hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 20 juni 2006 (NJ 2006, 381) dat eveneens betrekking heeft op het misdrijf van artikel 141 Sr Pro, heeft overwogen:
"Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet van 25 april 2000 (Stb. 2000, 173), waarbij art. 141 Sr Pro werd gewijzigd (wetsvoorstel 26 519), is van het "in vereniging" plegen van geweld sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt (vgl. HR 11 november 2003, LJN AL6209, rov. 3.8)."
In de onderhavige zaak kan naar het oordeel van het hof op grond van de stukken in het dossier (waaronder de aangiften en de verklaringen van de diverse getuigen) ten aanzien van verdachte niet worden bewezen dat hij een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld dat op 7 februari 2009 in jeugdsoos [naam] te [plaats] heeft plaatsgevonden. De enkele omstandigheid dat verdachte ten tijde van het geweld in de jeugdsoos aanwezig was en dat hij luidruchtig was, is daarvoor onvoldoende.
Hieruit vloeit voort dat het hof niet bewezen acht hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. F.R. Vermeer, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. F.R. Vermeer buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.